David Kooi over zijn rol

Gemeente Zaanstad experimenteert succesvol met ‘opgave-gericht werken’. Wat houdt dat in? En hoe geeft opgave-manager David Kooi hier vorm aan binnen ’t Lokaal?

David Kooi vertelt over de uitdagingen in zijn pioniersrol bij de gemeente Zaanstad als opgave-manener. ‘Buiten’ geeft hij vorm aan een nieuwe rol terwijl hij tegelijkertijd werkt om de interne organisatie ‘binnen’ warm te krijgen voor opgave-gericht werken.

David Kooi, 47 jaar, is ruim 8 jaar wijkmanager bij Zaanstad geweest. Eerst in een wijk met veel zelf-organiserend vermogen, later in de bekende wijk Poelenburg. Eind 2016 kwam er een uitdagende nieuwe vraag op zijn pad. David zei direct ‘ja’. Het was iets geheel nieuws. Een maatschappelijk betrokken ondernemer had een idee om werk, onderwijs en zorg (WOZ waarde) bij elkaar te brengen en benaderde de gemeente. Dit was Dick Dekker, voorzitter van de bedrijven vereniging Noorderveld-Molletjesveer (BVNM). Hij had ‘handen’ nodig om het initiatief van de grond te krijgen, en zodoende ook het maatschappelijke belang dat de gemeente vertegenwoordigt vorm te geven. Gemeente Zaanstad zei ‘ja’. En David mocht vervolgens deze opgave uitvoeren.

Voor David komt het kort gezegd hierop neer: ‘Lokale ondernemers, onderwijs, zorg en overheid met elkaar verbinden. Zodat we een sterke sociale en economische lokale community creëren die in alle opzichten duurzaam is.’

Als ik ergens in geloof, dan ga ik ervoor

“Als ik ergens in geloof, dan ga ik ervoor. Zonder enige zekerheid of een projectplan; ik stort me erin en vind mijn weg. Blijf dichtbij mezelf en verbind me met de doelen van de samenwerkingspartners. Het gaat om een klik met mensen, die samen een idee en enthousiasme delen en dan kun je samen iets neerzetten. Er was en is hier geen enkele twijfel: we gaan hier samen iets duurzaams neerzetten.”

En zo geschiedde. Na 9 maanden was er een fysieke plek op het bedrijventerrin: ’t Lokaal. Waar ondernemers samenwerken, en stageplaatsen inbrengen, waar scholen (van BO, ROC’s tot HBO en WO opleidingen) hun vragen neerleggen, het bieden van werkgelegenheid. ”In feite is een bedrijventerrein een community. Het gaat erom dat we dat gevoel wakker maken en vervolgens omzetten in samenwerking.”

Wat voegt de gemeente toe aan dit initiatief?

“Er waren al ondernemers met maatschappelijke betrokkenheid die het voortouw namen met een een sterke visie op de toekomst. Wat ik doe is daarop aansluiten door spijkers met koppen te slaan, ondernemers bij elkaar brengen, contacten leggen met onderwijsinstellingen. Alles wat hier gebeurt past bij een belangrijke doelstelling en taak van de gemeente, namelijk: werkgelegenheid en goed onderwijs bevorderen en bij elkaar brengen. Daarom is het ook zo belangrijk dat de gemeente aan tafel zit, om zowel te kunnen halen als brengen. De gemeente heeft geen andere keus dan ‘ja’ zeggen tegen goede ideeën van buiten.

Waar loopt David tegenaan?

Mijn rol is soms nog een beetje eenzaam. Ik geef vorm aan een nieuwe ‘buitenrol’ en tegelijkertijd probeer ik ‘binnen’ (in de organsiatie) ook iedereen warm te krijgen voor opgave-gericht werken. Ik ben me er nogmaals van bewust dat dit een cultuurverandering is die tijd nodig heeft. Maar het geeft me ook heel veel energie om met enthousiaste mensen om me heen iets tastbaars als ’t Lokaal op te bouwen. En ik zie dat veel collega’s binnen de gemeente ook steeds enthousiaster worden en aansluiten, zich inzetten, meedenken én meedóen.”

Wat is volgens David nodig om steeds meer opgave-gericht te werken?

“We denken eerlijk gezegd toch nog een beetje in hokjes: bij welke afdeling hoort dit onderwerp? Of: past dat bij de planning? Maar de stad, de samenleving dus, bepaalt waar we mee bezig zijn, niet andersom. Als gemeentelijke organisatie leren wij dus ook heel veel hiervan. Over wat onze rol is. Niet alleen in theorie, maar ook in de praktijk, in gedrag. En we leren over wat onze geschiedenis en mindset is en hoe we zelf dus óók moeten veranderen.

We hebben als gemeente Zaanstad een visie op wat onze rol is en van daaruit op hoe we willen werken. Daarin zeggen we: ‘De manier waarop we voor de stad werken is altijd in ontwikkeling, omdat de samenleving zelf ook niet stilstaat.’ In die context zie ik de volgende kerncompetenties als succesfactoren: verantwoordelijkheid nemen en delen, eigenaarschap, doorzettingsvermogen, goed uit kunnen leggen waar we mee bezig zijn. En ook waarmee niet!

We hebben de koers ingezet om deze nieuwe rol op te pakken: wij komen niet per se met oplossingen, maar we gaan in gesprek met de samenleving. We willen weten wat inwoners, bedrijven, onze eigen organisatie en de politiek ergens van vinden. Alleen zo kunnen we met elkaar bepalen met welke opgave we aan de slag gaan en hoe we dat het beste kunnen organiseren.”